maandag 11 juli 2011

De grote wintervakantie


De laatste dag op mijn stageplaats alweer, nou ja dag, ochtend. We hebben gewoon de maandag morgen bijeenkomst, waar ik vertel wat ik in de afgelopen periode allemaal heb gedaan. Ik heb vlaai gebakken in het weekend, hij valt in de smaak. Alleen vraagt men zich wel af waarom het ‘fly’ heet en of er geen vliegen in zitten… Nadat ik heb gezorgd dat al mijn documenten opgeruimd en gearchiveerd zijn zet Rebekah me af bij het vliegtuig. Aangezien op Whanganui airport drie man en een paardenkop zijn ben ik er maar 5 minuten van te voren. Samen met twee kleuters kijken we naar de vliegtuigen, maar we moeten wachten tot het grote vliegtuig aankomt (het eerste vliegtuig was er een voor twee personen). Met de moeders concludeer ik dat het grote vliegtuig toch niet zo heel groot is. Bram land veilig en met de koffer duiken we een taxi in om terug te gaan naar Whanganui. Ik geef eerst een rondleiding door het museum, daarna gaan we wat eten. Op de terugweg lopen we langs de glasblazerij en even door het paddleboat museum Waimarie. Dan krijgt Bram een tour door het depot van het museum en mag hij met al mijn collega’s kennis maken. Bij de thee neem ik dan toch echt afscheid, van het museum krijg ik een gesigneerd exemplaar van Te Ara Tapu, een boek gepubliceerd door het museum over hun Māori collectie.
De volgende dag krijgt Bram de grand tour door Whanganui, dus we beklimmen Durie Hill, bezoeken de Sarjeants gallery en slenteren door de stad.
De campervan wordt vanmorgen afgeleverd dus is het pakken geblazen. Dat is stiekem toch meer werk dan je in eerste instantie verwacht van die ene koffer die je mee mag nemen in het vliegtuig. Als de bus er is, de meneer weer op het vliegtuig is gezet en alles in de bus gepakt is gaan we op pad. We vertrekken naar de Whanganui River road, die kan ik toch niet niet gereden hebben als ik in Whanganui heb ‘gewoond’. Het motto van de weg is ‘it is all about the journey’ wat helemaal waar is. Het is een super mooie smalle weg. Halverwege overnachten we op een kampeerterreintje (lees – een grasveldje met een toilet en een kraantje) geen kip te bekennen. Aangezien er maar één weg is gaan we de volgende dag weer verder. Onderweg stoppen we nog bij een watermolen, een marae en het klooster. De laatste 20 kilometer van de weg is niet verhard, ze zijn aan de weg bezig, of niet of… Het regent behoorlijk en de weg is nog steeds smal. Gelukkig komen we niet in de modder vast te zitten, spannend is het wel.
We rijden verder naar Whakapapa village. Hier wacht ons iets nieuws, het sneeuwt namelijk (dit geeft mij het gevoel dat het sneeuwt in de zomer wat natuurlijk onzin is, wat dan maar weer bewijst dat mijn bioritme lichtelijk in de war is). We bezoeken het bezoekerscentrum over de vulkanen, waarvan één nog al bekend is, namelijk Mount Ngauruhoe. Gaat er geen belletje rinkelen? dan zegt Mount Doom uit Lord of de Rings je waarschijnlijk meer! In de sneeuw maken we dik ingepakt een wandeling naar een waterval. In de sneeuw door een soort van regenwoud, het blijft vreemd.
We willen op weg naar Palmerston North, als we echter de berg nog niet goed en wel af zijn begint er een lampje op het dashboard te branden. Als we bij de benzine pomp stoppen volgt er een hoop heen en weer gebel wat er uiteindelijk in resulteert dat we weggesleept worden. Er is iets stuk gegaan aan de radiator, een ring ofzo. Deze moet besteld worden en aangezien het zaterdag is gaat dat nog wel even duren. Er wordt een andere campervan gebracht vanaf Auckland zodat we weer verder kunnen. Helaas is Auckland zo’n 450 kilometer ver weg, we moeten dus wel een tijdje wachten. Als het donker is rijden we naar een camping, we gaan morgen weer verder.
We rijden naar Palmy, daar bezoeken we Te Manawa en lopen we een rondje. Helaas is er op zondag niets open. De volgende dag gaan we naar het Rugby museum, dit wordt verplaatst naar Te Manawa, er is dus maar een halve collectie aanwezig. De meneer maakt het meer dan goed. Hij is zo trots op het museum en rugby enzovoorts. Het is jammer dat we het nieuwe museum niet kunnen zien. Dit is namelijk onwijs kneuterig en het nieuwe is waarschijnlijk behoorlijk state of the art. We gaan de weg weer op en rijden naar Wellington. Daar hebben we nog net genoeg tijd voor een rondje, maar morgen gaan we de boel eens wat beter bekijken. 
Ik probeer ook nog wat foto's online te zetten, geen idee of het internet daar snel genoeg voor is...

zondag 3 juli 2011

De laatste week in het museum

Het is alweer voorbij, mijn laatste week in het museum zit erop. Het was dan meteen wel een enerverende week. Maandag was er een opening van de Lampe collectie. Meneer Lampe is een locale fotograaf, uit het begin van de vorige eeuw. Zijn collectie is met behulp van zijn dochter en klein dochters aangekocht door het museum. Dat werd dus gevierd, wat inhield dat er een aantal toespraken werden gehouden, een borrel was en een rondleiding werd gegeven door de Sergeants gallery. Dat is een ander museum, in het zelfde park als Whanganui Regional Museum, die een tentoonstelling geleend en geëxposeerd heeft. Ik had niet zo duidelijk gezegd dat ik daar naar toe was, en toen ik terug kwam wilde mijn huis genoten net overwegen om een zoekactie voor mij op te zetten. Het kon toch nooit goed zijn dat ik er nog niet was.
Op dinsdag was er ’s avonds weer wat in het museum, ik heb al eerder geschreven over de Puanga viering en in dat kader werd er een film vertoond. Eerst werd er een inleiding gegeven op de Māori cultuur en geschiedenis hier in de buurt. Dat was interessant maar lastig te volgen als je van toeten nog blazen weet. Daarbij komt ook nog dat te reo Māori (de taal dus) uit de klinkers en de h, m, n, p, r, t en de w bestaat, de namen zijn dus lastig te onthouden, ze lijken best wel veel op elkaar! Na de introductie werd er een film getoond over de acquisitie van een andere groep met foto’s. Deze waren van een veel onbekendere fotograaf gevonden door iemand in een koffer in het huis van een overleden moeder. Op deze foto’s stonden voornamelijk Māori’s, dat is op zich al bijzonder maar dat ze dan ook nog gedeeltelijk ‘gewoon thuis’ op de foto stonden nog veel meer. Deze zouden eerst geveild worden, maar het nageslacht heeft daar een stokje voor gestoken. Waardoor de gehele collectie uiteindelijk is aangekocht door het museum. Met behulp van allemaal instanties om het geld bij elkaar te sprokkelen.
Men heeft al een aantal keer verteld dat het heus niet altijd zo veilig is in Whanganui. Toen ik vorige week de bibliotheek uitkwam werd dat maar weer eens ‘bewezen’ daar stond namelijk een fiets, met de helm aan het stuur, en het slot keurig netjes opgeborgen onder het zadel en de eigenaar in geen velden of wegen te bekennen… heel onveilig dus.
Ik kwam er deze week ook nog achter dat we niet alleen een appelboom in de tuin hebben maar ook een met citroenen en mandarijnen (2 verschillende bomen dus ;) ) Beetje laat, maar toch leuk, voelt wel heel exotisch. De kip vind het buiten helemaal niet exotisch, die heeft de hele week bedacht dat het binnen veel leuker is. Dus we doen de hele tijd niets anders dan dat beest weer naar buiten te brengen.
Ik heb trouwens weer een nieuwe vrucht ontdekt; de paw paw, volgens mij komt hij van Fiji en ik vond het smaken als een kruising tussen een meloen en een mango.
Dit is waarschijnlijk de laatste echt regelmatige update, Bram zit namelijk in het vliegtuig, ergens boven Armenië ofzo denk ik op dit moment, die ga ik morgen ochtend van het vliegveld halen. Daarna gaan we met zijn tweeën het noorder eiland onveilig maken, dus dan moeten we afwachten wanneer we internet en een stekker kunnen vinden (ik kan ze in het gemiddelde café namelijk nooit ontdekken, zo’n elektriciteitsgat). Maar we gaan ons best doen. Zoals je merkt, de McDonalds blijft het redelijk doen…
(nieuwe foto's online)

zaterdag 25 juni 2011

Heerlijk, in de baas zijn tijd, nou ja eigenlijk met de baas samen, naar Te Manawa. Nu vraagt iedereen zich natuurlijk af wat Te Manawa is, nou dat is een museum. Ze noemen zichzelf een wetenschap, kunst en geschiedenis. Rebekah, de andere stagiaire is bezig met de tentoonstelling Good Nature. Daarin is het de bedoeling dat er een aantal terraria met vissen, insecten en andere lokale beestjes komen. In Te Manawa hebben ze de tentoonstelling te Awa (de rivier) met levende beestjes. Eric had een lunchafspraak en zo konden wij dus mee rijden om de tentoonstelling te bekijken. Het rijden naar Palmy (Palmerston North (vraag me niet waar Palmerston South of Middle, of gewoon Palmerston ligt)) was al leuk. Gewoon om weer eens wat anders te zien dan de cirkel in Whanganui die ik op mijn fietsje kan afleggen. In het museum zelf was de tentoonstelling verfrissend. Ik heb toch de neiging om het Whanganui Regional Museum als standaard te nemen voor alles wat je in Nieuw Zeeland hebt aan musea. Dat is dus niet helemaal waar. Te Manawa heeft in ieder geval véél meer budget. Ze hebben alleen niet echt een grote collectie (naar ik heb horen zeggen). Het is dus een stuk ‘more flashy’. De tentoonstelling was leuk, en leerzaam, aangezien wij de beestjes maar met moeite in de aquaria terug konden vinden. Het terrarium was echt megagroot maar zo donker dat het onmogelijk was de wētā erin te zien zitten. Rebekah en ik zijn met zijn tweeën gaan lunchen en vervolgens naar de kunst afdeling gegaan. Eric zijn afspraak was alweer afgelopen dus het was weer tijd om terug naar Whanganui te rijden.

Voordat we vertrokken naar Te Manawa heb ik nog wel vreselijk gelachen. Een museum had een kanon(netje) (ja zo’n ding om mee te schieten) geleend. Die kwamen ze terug brengen, of we wilde helpen met tillen. Wij naar beneden, hebben ze een busje, het laadplatform is berekend op een vrachtwagen, met daarin dus het kanon. De ‘rij planken’ sloten ook niet echt goed aan op de wagen en het platform. Degene die het geheel kwamen afleveren waren drie dames en het kanon was in het busje geladen door vijf! verhuizers. In het museum werken maar 4 mannen en Erik was in geen velden of wegen te bekennen. Uiteindelijk is er op kosten van het andere museum een verhuisbedrijf opgebeld om het ding binnen en beneden te krijgen.

Vanmorgen ben ik naar de Waimarie wezen kijken, een boot en Whanganuies trots. Het is een rader boot(je) die vanaf 1850 ofzo werd gebruikt om de nederzettingen langs de Awa te bevoorraden toen er nog geen weg was. In de vakanties en zomer kun je er ook mee varen maar nu was alleen het museum open. Lekker kneuterig, en een hoop knip en plak werk, maar de boten die ze restaureren zijn echt mooi.

Na een wandelingetje langs de Awa heb ik nu geluncht, kumara chips moeten echt worden geïmporteerd, dus als iemand een eigen bedrijf wil opzetten, dit is je kans, een klant heb je al! Dus als ik nou de netwerk sleutel krijg van de lieftallige serveerster kan ik dit stukje online zetten en is iedereen weer up to date.

Ik heb ook weer vrolijk weg gekiekt, dus het resultaat staat weer op Picasa!

zondag 19 juni 2011

Zo, en nu verwacht iedereen natuurlijk weer een leuk stuk van mij. Met allemaal spannende dingen. Zal ik nou eens een keer niets schrijven, en het aan jullie allemaal over laten om naar mij te schrijven...

De afgelopen week ging zo zijn gangetje, maandag waren eindelijk de nieuwe logo's binnen. Dit keer was het wel duidelijk dat Jeff naar hier zou komen, en waren we dus allemaal op de goede plaats. Hij heeft drie concepten gemaakt, maar eigenlijk hebben we direct besloten dat twee ervan maar goed genoeg waren. Het blijft wel een beetje gek om voor opdracht gever te spelen hoor! Dus met die ontwerpen zijn we gestart met het onderzoek. Om resultaten te krijgen, er zijn niet zoveel museum bezoekers, ben ik met de drie gateway studenten (die doen een stage tijdens hun middelbare school) de straat op gegaan om mensen te interviewen. Dat is nou niet mijn favoriete werk, maar het went. Na een volle dag achter mensen aan rennen, doe ik nu iedere dag een uurtje tijdens de lunch. En al mijn huisgenoten moeten er ook aan geloven, vinden ze vreselijk leuk...

Donderdag kwam er iemand van de krant mij interviewen, wat we aan het doen zijn. Nou ja, ze begonnen met Eric, de directeur, en Yvonne, de administratief medewerkster suggereerde dat het mijn project is dus dat ze mij ook maar moesten interviewen. Zo gezegd zo gedaan, dus moest ik donderdag morgen op de foto. Zaterdag stond ik op pagina 3 van de krant... Toch een bijzondere gewaarwording. De krant wordt hier gearchiveerd in het museum, dus ik ga de annalen nog in ook. De volledige tekst staat op de website van de Wanganui Chronicle, een plaatje van het artikel zal ik bij de foto's zetten.

Gisteren ben ik naar de markt geweest, die is iedere zaterdag. Het is een beetje van alles, groente, handarbeid enzovoorts. Bij het Arts and Craft center kon je Raku doen. Dat hield in dat je een voorgebakken, maar ongeglazuurd voorwerp uitzocht wat je vervolgens schilderde. Dan ging het voor een half uurtje in de oven. Daar werd het met een tang roodgloeiend uitgehaald, waarna het onder een blik op zaagsel werd gezet. Na nog een paar minuten werd het dan in het water gezet en afgewassen. Bij mij is het een tegeltje geworden om logistieke redenen. Het blijft fascinerend dat het glazuur zo'n andere kleur is voor het verwarmd is...

Andrew had nog een puppy mee genomen, dat beest heeft ook voor een enerverende nacht gezorgd. Eerst was hij volledig uitgehongerd, vervolgens bleef hij rondjes rennen door het huis heen. Hij ging samen met de andere hond mee de kamer van Ben en Sarah in die naar bed gingen. Daar ging hij vervolgens rondjes rennen. Toen zij er klaar mee waren hebben ze hem op de gang gezet waarna hij al het afval versnippert en verspreid door het huis heen had gegooid. Toen hebben ze hem uiteindelijk maar opgesloten in de badkamer. Het betekende wel dat Andrew om vier uur 's nachts de kamer stond te vegen (dan gaat hij naar zijn werk). En ik de volgende morgen niet geheel wakker op mijn werk was. Ik was er zelf niet echt van wakker geworden maar ik had toch alles mee gekregen.

Gisteren een vlaai gebakken. Die is wel heel goed gelukt. Alleen de binnenkant was nog een beetje vloeibaar, maar dat deed de smaak zeker niet af. Ben en Andrew vonden hem lekker en begonnen meteen suggesties te doen dat het misschien ook wel lekker was met een laagje custard en bramen of met... Heel subtiel.

zaterdag 11 juni 2011

En alweer een week voorbij, wat gaat de tijd snel! Toen ik vorige week terug kwam van het zwembad was het een drukte van belang. Susan, de moeder van Andrew en Sarah, was op bezoek. De mannen lagen gestrekt met nog een vriend onder de auto's (het is echt noodzakelijk om alle wielen van de auto eraf en uit elkaar te halen, en ze er dan weer op te zetten) dus het was een dolle boel. Susan vroeg of ik mee wilde naar het strand. Dat wilde ik wel, dus met zijn tweeën zijn we naar Kai Iwi beach gereden. Dat was een ritje van een kilometer of 15. Onderweg zijn we nog door de Benson Botanic gardens gereden. Daar hebben we een kingfisher gezien. In het Nederlands is dat gewoon een ijsvogel. Schijnt héél bijzonder te zijn. Na de auto te hebben geparkeerd zijn we naar het strand gelopen. Het is wel een zandstrand maar ze noemde het ijzerzand. Het was ook een beetje zwart. Het strand is een meter of 20 breed waarna er kliffen loodrecht omhoog gaan. Die zijn van klei, ze kunnen daarom ook naar beneden komen. Op sommige plaatsen lijkt het of er rotsen door het strand steken, maar dat zijn dus stukken klei. Best gek.
Halverwege kwam er water uit de klif. Dat gaf wel een beetje een probleem, uiteindelijk moest ik mijn wandelschoenen uit en op mijn blote voeten door het water heen. Het was een centimeter of 30 diep en het stroomde heel hard. In combinatie met hele gladde stenen is dat wel even spannend.
 Toen we terug gingen was het al donker, het bleek dat ik mijn sleutel vergeten was en mijn huisgenoten weg waren. Het raam van Andrew stond nog open en daar ben ik dus maar door heen geklommen. Dat klinkt een stuk eleganter dan het was. Het raam was net iets te hoog voor mijn bevalligheid, en zijn bed staat onder het raam (ik had hele vieze voeten en wilde die er nou niet midden op planten). Ik kan nu wel zeggen dat ik "er ook niets aan kan doen, want ik heb nou eenmaal een gat in mijn hand'. Niet aan te raden, op je rechter handpalm, nog al irritant. Maar ik heb wel weer iets aan mijn lijst "try before you die" gevoegd.

Maandag was ik vrij. Het was namelijk Koninginnedag. Voor mij in eerste instantie nog al verwarrend want Pinksteren en Hemelvaart zijn dus géén vrije dagen. Ze kunnen hier nog wel op cursus hoe je zo'n feestje moet vieren, er gebeurt echt niets. Er is nog minder te beleven dan een gewone zondag. Ik ben daarom maar op de fiets gestapt en naar Virginia Lake gefietst. Het is een parkachtig bos rondom een (surprise) meer. In zo'n drie kwartier kun je erom heen wandelen. Halverwege heb ik een start gemaakt met mijn scriptie. Het uitzicht was inspirerend.

De rest van de week ging zo zijn gangetje, komende week komt het ontwerp van de huisstijl binnen, en alles is voorbereid voor het onderzoek naar wat men ervan vind. Er is nog een andere stagiaire bij gekomen, zij werkt aan een tentoonstellingsontwerp. Gezellig, want nu zit ik niet meer alleen op het kantoor. Donderdag wilde ik van de supermarkt naar huis fietsen toen ik mij realiseerde dat ik een lekke band had. Ik had me al afgevraagd waarom het leek of ik door de griesmeelpudding heen fietste (hmm, met aardbeiensaus was het maar waar) maar balen was het wel. Een geluk bij een ongeluk was dat Ben net vertrok vanaf zijn werk om de hoek én hij een pickup heeft. Dus het was bellen, tillen, rijden en klaar (ook al zijn ze asociaal groot, en slecht voor het milieu toch wel erg handig). Vrijdag dus maar vroeg opgestaan om weer met fiets en al terug te gaan naar de stad(waarom automonteurs bij dag en dauw moeten beginnen is me een raadsel) om de fiets bij de fietsenmaker te brengen (de heren hebben wél twee kettingzagen maar geen fietspomp heel logisch). Blijkt vanmorgen dus op zaterdag dat mijn band wéér lek is. Ik kan je vertellen dat het maar goed is dat ik de 3,5 kilometer die ik nog moest lopen niemand tegen kwam want ik had hem niet echt gezellig te woord gestaan. In ieder geval heb ik nu ook een nieuwe buitenband en zat het glas er dus waarschijnlijk van de eerste keer in (hoort een fietsenmaker dat niet te controleren?). Dus nu ben ik weer up en running, uhm cycling uhm pushbiking.

Gisteren avond nog even mijn zpagetti tas afgehaakt, dat haken blijf je veel bekijks mee oogsten. Hij is leuk geworden al zeg ik het zelf. In mijn tas zit de knoop voor door het gat heen, die zet ik er strakjes nog even aan.
Trouwens, ik heb nog een nieuw fruit ontdekt, Tamarillo, een beetje zuurig, maar wel verfrissend. En ik zet nog wat nieuwe foto's online!

zondag 5 juni 2011

Hari Puanga

Goede morgen! Vanuit de McDonalds! Dat is echt iets voor mij toch, op zondag morgen om acht uur bij de McDonalds zitten... Het internet ligt er uit in mijn verblijfplaats en in het museum. Niet heel erg handig dus. Maar goed, gelukkig zijn McDonalds overal ter wereld ongeveer het zelfde en heb je hier gratis internet. Er is hier een McCafé dus ik heb zelfs een kopje thee in daadwerkelijk een kopje, niet verkeerd. En een heleboel mensen om naar te kijken, helemaal leuk.

Ik zal deze keer niet klagen over het weer, ik geloof dat ik daar namelijk een beetje een verkeerde indruk mee heb achter gelaten. Het regent iedere keer tijdens het weekend, mijn kantoor heeft hele kleine, hoge, matglazen ramen dus dan krijg je niet zoveel mee van de zon… Maar het valt allemaal reuze mee. Het begint nu wel daadwerkelijk wat kouder te worden, het is hier nog nooit zo warm geweest in mei als dit jaar, sinds ze het zijn gaan registreren in 1930. Ik heb van de week voor het eerst mijn winterjas aangehad toen ik naar het museum fietste.

Ik had natuurlijk moeten beginnen met iedereen een Hari Puanga te wensen, als ik het goed heb tenminste, betekend dat Gelukkig Nieuwjaar in het Māori. Letterlijk betekend het Blije Ster. Dat was namelijk gisteren, op zaterdag 4 juli. Er wordt dan gevierd dat de oogst binnen gehaald is en dat de gemeenschap klaar is voor de winter. Dat betekend dat er vogels en vissen gevangen en “gewekt” zijn, aardappels gerooid enzovoorts. Het wordt altijd gevierd de eerste nieuwe maan na het verschijnen van Puanga, één van de sterren uit de gordel van Orion (als ik het goed begrepen heb tenminste hoor). Ik ben namelijk van de week naar een lezing geweest gegeven door Awhina, over het onderwerp, maar ik was iets te laat (het was onder werktijd). Het wordt gevierd door middel van een groot feest, met veel eten.

In het museum doen drie leerlingen van een van de middelbare scholen hun stage (een week of 12 iedere dinsdag). Zij proberen geld in te zamelen voor hun eindejaarsschoolreisje (mooi scrabblewoord). Omdat het dit feest was, deden ze dat door Hanig te verkopen. Dus ik heb ook Hangi gegeten gisteren. Nou is iedereen natuurlijk nieuwsgierig wat een Hangi is, ik heb er een foto van gemaakt maar ik moet erbij zeggen dat het beter smaakte dan dat het eruit ziet. Het is varkensvlees, kip en lam, met pompoen, wortel silverbeet (wat eruit zag als grote spinazie bladeren en (de naam zegt het al) een beetje koolig smaakte), aardappel, kumara (zoete aardappel (erg jammie)) en een soort gestoomd ei-deeg mengsel. Het bijzondere is dat ze dit klaar maken in een gat in de grond, waar ze alles in stoppen en dan afdekken met hete stenen. Nou ben ik niet zo’n vlees eter, maar het smaakte best goed (in ieder geval stukken beter dan de meeste dingen die ik in Zuid Afrika at!). Wat ik lekkerder vond waren het Rewana brood, een kruising tussen brood en cake en het toetje, gestoomde pudding, wat ik meer gestoomde cake (met een beetje chocolade kaneel achtige smaak) zou hebben genoemd met custard (oftewel dikke vla/pudding) boven op. Al met al is het toch leuk om op een traditionele feestdag, traditioneel te eten. En tijdens het ophalen had ik natuurlijk weer leuk contact, hoe ik dat dan wel niet wist dat ze het verkochten en wat ik dan wel niet deed in het museum…

Op de weg terug met mijn “sorry the bags are a bit soggy” het liep er nog niet uit, maar de beschrijving was treffend, kwam ik de moeder van een van mijn huisgenoten tegen. Die had ik nog niet eerder gezien, maar een foto maken van het straatnaambord did the trick. Dus daar had ik dan ook weer een leuk gesprek mee, over de straat heen (zij in de auto ik op de fiets). 

Ik ben gisteren ook nog naar een glasblazerswerkplaats geweest. Whanganui staat bekend om zijn glasblazers, en het ‘university college’ (MBO/HBO) heeft een opleiding tot glasblazer. Er is dus een werkplaats, waar ze in een grote kuil staan te werken en je kan erom heen zitten en kijken. En natuurlijk dingen kopen, maar glas is denk ik niet zo handig om mee te nemen. Wel mooi, moet ik zeggen, trouwens mijn budget liet het ook niet helemaal toe ;)

En nu ben ik onderweg naar het zwembad voor mijn baantjes, mijn achterstallige internet werk in aan het halen en iedereen laten weten hoe het met mij is. Het gaat dus allemaal goed!

Oja, ik had gisteren een kip in de woonkamer, ze kwam denk ik kijken of er nog iets lekkers te halen viel. Helaas dat had ik net opgezogen, speciaal voor Lise een foto, alhoewel ze toen al weer buiten was (mijn camera lag nou eenmaal in mijn kamer).
De Māori lessen beginnen hun vruchten al af te werpen, ik kan nu al zinnetjes maken! Het zijn wel spannende dingen hoor die ik je kan vertellen. Kei te aha au? Kei te tītero i te McDonalds. Of te wel ‘wat ben je aan het doen’ Ik schrijf in de McDonads. De lessen zijn wel erg leuk, men is hier op zijn zachts gezegd niet echt gewent om andere talen te leren, en ik ben verruit de jongste. Ik zit dus ondertussen bij het groepje gevorderde. Is toch leuk om op je CV te zetten talen, Nederlands, Engels, Afrikaans, Māori, Duits en Frans levert vast een leuk gesprek op…

Maar goed, mijn thee is op en het kannetje melk daar onafhankelijk aan ook dus ik ga maar eens zwemmen!

PS José stuurde mij de link met de witte Kiwi die geboren is, heel schattig, hij staat bij de reacties van het vorige artikel. Hij is niet zover van mij vandaan geboren.

zondag 29 mei 2011

Deze week moest er hard gewerkt worden, het informatie pakket voor het grafisch ontwerp bureau moest af. Deze heb ik samen met Eric geschreven. Er staat in waar het nieuwe logo, en alle andere dingen die bij het “merk” van een museum komen kijken. Dat is voor mij een nieuw vlak waar ik me op begeef, tot nu toe heb ik dat soort informatie alleen maar ontvangen. 

Toen we de afspraak hadden, werd mij verteld dat Dale (een collega) samen met mij naar het kantoor van de grafisch ontwerpers zou lopen. Zo gezegd zo gedaan, op het moment dat we het kantoor inlopen wordt er nog al vreemd opgekeken. Jeff, met wie we een ontmoeting hebben is namelijk net richting het museum vertrokken. Op dat moment gaat de telefoon, dat Eric en Jeff bij het museum staan. Dus het duurde even voor iedereen op het zelfde kantoor aangekomen was. De meeting zelf was leuk, ik was er immers de hele tijd mee bezig geweest om het voor te bereiden. Nu is het afwachten met wat ze aankomen…

Ik ging van de week richting mijn stage. De hond van Ben ging met mij mee naar buiten. Vervolgens mee richting de stad en uiteindelijk helemaal tot aan het museum. Ik had een afspraak, dus ik de hond voor het museum neer gezet en ik naar binnen. Naar mate er meer mensen binnen kwamen vroeg men zich toch af van wie die labrador was. Hij mocht naar binnen, om even bij te komen, en uiteindelijk zijn we hem met de auto terug gaan brengen. Positief is dat hij nu wel naar mij luistert (had hij dat nou maar meteen gedaan, dat had mij een erg rood hoofd gescheeld).

Zaterdag was het heel gek weer, het ene moment blauw, het volgende weer regen, en dan weer blauw. Het leverde wel mooie regenbogen op! Al "peddelend" ben ik richting de stad gegaan. Onderweg heb ik nog al fanatiek foto's gemaakt van wat planten (de laatste met bloemen, de meeste loofbomen verliezen hun blaadjes al). In een wijk van Whanganui, genaamd Durie Hill kan je met een tunnel, zo'n 200 meter de berg in wandelen, waar een deur is met daar achter een lift omhoog. Het is echt wel apart. Hij is aangelegd om het beklimmen van de wijk makkelijker te maken. Als je boven bent, kan je een toren inklimmen, die is opgericht voor de slachtoffers van de wereld oorlogen (veel Nieuw Zeelanders hebben in Europa enzovoorts gevochten als onderdeel van het Britse leger). Boven op heb je een heel mooi uitzicht, zee, stad en bergen. 

Het was tijd voor wat lekkers, mijn lunch bestond uit een stukje Hummingbirdcake. Hmm, taart met banaan, ananas en pecannoten. Daarna naar het museum gestruind waar er een concert was. Ik liep per ongeluk op precies het goede moment binnen (geluk is met de domme). Het concert was getiteld Letters Home. Er werden brieven van een soldaat die in de tweede wereld oorlog vertrokken was naar Europa vanuit Whanganui voorgelezen uit de collectie, afgewisseld met liedjes. Een van mijn collega's zong in het Maori, verder was het nog al Brits (sorry Claire). Ik haalde sowieso de gemiddelde leeftijd met zo'n 100 jaar naar beneden, maar het was leuk. Iedereen genoot er van dus dat is altijd leuk. 

Nieuwe foto's en een filmpje van het zingen in Maori online!

zondag 22 mei 2011

De week van het fruit

De tijd gaat hard, het is alweer zondag en het regent al weer. Alhoewel ik eigenlijk moet zeggen "pissing hard" geloof ik. Het begin van de week heb ik gewoon in het museum doorgebracht. Daar ging alles zo zijn gangetje. Ik heb een van mijn collega's uitgelegd hoe Photoshop werkt. Dat was trouwens niet echt een probleem, bij haar komen meer. Ze zitten achter de magazijnen, en ik had geen idee meer hoe ik daar nou weer moest komen... Gelukkig kon iemand mij even de weg wijzen.

Ik had bedacht dat ik deze week al het fruit ging eten wat ik niet kende in de supermarkt. Dat heeft een kiwano, een feijoa en een persimmon opgeleverd, en er komt vast nog meer bij. Het interessantste is dat ze hier geen van allen van origine groeien. Een kiwano smaakt overigens een beetje naar komkommer, met een vleugje citroen. Een persimmon is een soort harde super zoete perzik en een feijoa smaakt een beetje als een kruising tussen een druif en een heel milde citroen. Over de feijoa's ben ik overigens het beste te spreken. Die zijn echt lekker.

Op vrijdag ben ik met Sandi mee gereden naar Wellington. Dit was een rit van 177 kilometer waar we ruim 2 uur en 30 minuten over gedaan hebben. We gingen grote foto's wegbrengen om ze in te laten scannen, en een andere doos op te halen. Zoals Sandi al zei voor we weggingen, echt veel zin had het niet, maar het was wel een hele mooie rit. Eenmaal bij het bedrijf aangekomen kregen we (vooral ik) een rondleiding en zijn we gaan lunchen. Daarna zijn we weer terug gereden. Het was toch wel heel erg leuk om wat meer van de omgeving te zien. Aangezien ik met het vliegtuig zo neer geplant ben in Whanganui.

Op zaterdag morgen ben ik begonnen met de hoofdstraat wat verder te verkennen. Na de boodschappen weer terug gefietst naar huis. Daar met Ben een afval fikkie gestookt en lekker in het zonnetje gehaakt. Ben (dat is mijn huisgenoot) werd opgeroepen, of ik mee wilde. Dat wilde ik wel en daarom kan ik nu zeggen dat ik een auto weggesleept heb. Als je hier met de auto een ernstig misdrijf hebt begaan, bijvoorbeeld dronken rijden of veel te hard rijden wordt je auto weggesleept. Ben werkt bij het sleepbedrijf en had weekenddienst. Wij hebben dus iemand zijn auto ingeladen en weggereden (de eigenaar was overigens al van het toneel verdwenen).

De voorspelling voor vandaag was af en toe een bui, ze hadden beter kunnen zeggen af en toe droog. Toen het even opklaarde ben ik naar de Sarjeant Gallery gegaan. Dat is de galerij in het zelfde park als "mijn" (of zoals ze het hier kennen Het) museum. Ze hebben hier een collectie moderne kunst. Een heel verschil met het museum overigens. Daarna lekker gezwommen (zit ik te mopperen dat het regent ga ik zwemmen...) en eens een andere route naar "huis" gefietst.

Oja, ik heb ook weer wat nieuwe foto's gepost.

zondag 15 mei 2011

De eerste week!


Mijn eerste week zit erop. Het is een prima week geweest. Na dat ik maandag naar het museum was geweest wandel ik naar de supermarkt en vandaar terug naar het hostel. In het hostel eet ik wat en bel ik degene op bij wie ik misschien een kamer kan huren. Hij komt me wel even ophalen dus dat scheelt mij een heel eind lopen. Ik bekijk de kamer en besluit hem te huren. Ik word weer keurig netjes terug afgeleverd bij het hostel waar ik lekker mijn bed in duik.

’s Morgens word ik door iemand van het museum opgepikt. Iedereen blijft verbaast dat ik niet zoveel last heb van de jetlag. In het museum begin ik lekker met het schrijven van mijn voorstel. Tussen de middag doe ik wat boodschappen en keutel ik vervolgens lekker verder. ’s Avonds haal ik mijn koffer op en komt mijn huisgenoot mij oppikken. Ik richt mijn kamer in, toch wel fijn als je niet constant in je koffer moet graaien. Het is alweer vroeg tijd voor bed.

Ik wordt de volgende morgen door de andere huisgenoot gedropt bij het museum waar ik allemaal papieren krijg over onderzoek wat hiervoor al is gedaan. Daarmee ga ik aan de slag. ’s Middags blijkt dat er op donderdag altijd afternoon tea is. Lekker, iemand heeft iets zelf gebakken. Na de thee wordt er door Awhina (een van de collega’s) les gegeven in Māori, speciaal voor wat collega’s als ik wil mag ik mee doen. Nou dat lijkt me wel leuk dus dat wil ik wel. Ze zijn trouwen ook nog heel erge beginners, we leren de nummers. Dus nu kan ik zeggen dat ik rua tekau mā whā ben.

Vrijdags hebben mijn huisgenoten een fiets voor mij geregeld. Ik fiets ermee in een half uurtje naar het museum, waar iemand mij verteld dat ik verplicht ben een helm te dragen, oeps, gelukkig ben ik niet aangehouden. In het museum begin ik mijn draai al aardig te vinden. Ik begin met mijn ideeën wat er anders kan in het museum te beschrijven. Dat is best leuk werk en ik heb al veel ideeën. Terug gefietst met helm, liep mijn ketting eraf. Daar wordt je toch niet heel heppie van zo onder weg. Ik hoef ’s avonds eindelijk wat minder vroeg naar bed.

Op zaterdag ga ik met de fiets naar de stad. Eerst naar de ‘VVV’ en daarna naar de markt. Heel ‘traditioneel’ eet ik een crêpe, daarna wat boodschappen zonder mijn computer op mijn rug kan ik tenminste wat meer mee nemen.

Vandaag begint de dat met heerlijk Nieuw Zeelands weer, het regent namelijk pijpenstelen. Wat aan de andere kant dan wel weer goed voor mij is om de laatste hand te leggen aan het werkstuk van Audience Development. Gelukkig zijn het de laatste lootjes. Eenmaal uitgekeuteld bied Ben aan om me even af te zetten bij het zwembad (ze vinden hier dat gefiets maar maf, daar heb je toch auto’s voor, zo ver, en het regent nog ook…). Daar begin ik met mijn persoonlijke fit plan. In een uurtje 80 baantjes, dat viel me ontzettent mee, niet gedacht dat het zou lukken. Alleen jammer dat ik bij het allerlaatste baantje echt knijter hard mijn hoofd tegen de kant heb gestoten. Het is wel gek, in het vijventwintig (rua tekau mā rima) meter bad kun je overal staan, en er doen mensen letterlijk aan aqua joggen, rondjes lopen in het water dus.

Ik heb overigens nog wat nieuwe foto’s online gezet, zie onderaan, vandaag is het dus wat minder blauwe lucht.

woensdag 11 mei 2011

Onderweg


Eindelijk is het dan zover, op weg naar Schiphol. Ik kan met een machine in checken, en mijn koffer gaat vol automatisch in een andere. Je hoeft met niemand meer te praten tegenwoordig. Dan door de douane en op naar vliegtuig nummer één. Als iedereen er klaar voor zit, vinden ze op Heathrow dat we best nog een half uurtje kunnen wachten, omdat het daar zo vol is :s . Maar ja, geduld is een schone zaak, dus gaan we toch vertrekken. Op Londen, moet ik natuurlijk weer een takke eind lopen, dan met de bus naar een andere terminal en vervolgens weer lopen. Dan door de douane (dat is dus al de 2e keer), nieuwe boarding passen halen en dan wachten. Omdat het nog wel even gaat duren voor ik wat te eten krijg ga ik zelf actie ondernemen. Bij Nero koop ik een heel lekker kopje thee en een stukje chocolade taart. Dan moet ik natuurlijk weer een eind lopen om op het vliegtuig te stappen. Het blijkt dat de vlucht bij lange na niet vol zit, dus als het tijd is om wat te slapen kan ik mijzelf over drie stoelen deponeren.

In Hongkong worden we allemaal het vliegtuig uit gezet. Alle spullen moeten ook weer mee en guess what,  door de douane heen. Het vliegveld van Hongkong blijkt heerlijk lekker warm, en uitstekend geschikt voor een wandelingetje. Helaas ben ik nog niet op plaats van bestemming dus moet ik weer terug het vliegtuig in. Het is nu aanmerkelijk voller, en volgens de tijdzone is het al weer avond dus krijgen we lekker weer een diner. Veel slaap heb ik niet, en helaas dan duurt het vliegen gewoon erg lang. Ben overigens wel weer up to date met het aantal gekeken films.

De landing wordt in gezet en we zien voor het eerst Nieuw Zeeland. In Auckland moeten we weer door de douane, en hier als ik dus voor de 4e keer door de douane moet blijk ik zo crimineel dat het hele systeem vast loopt… Na wat geduld en een andere computer mag ik dan toch echt uit niemandsland Nieuw Zeeland in. Letterlijk, want alle koffers moeten opgehaald worden en op nieuw ingecheckt. Daarna mag je in ongeveer 12 minuten langs de blauwe lijn naar de binnenlandse vluchten wandelen. Als ik dan op mijn laatste vlucht wil stappen blijkt dat ik dácht dat ik alle soorten vliegtuigen nu gehad had. Met ongeveer 10 andere mensen stap ik namelijk in een vliegtuigje waar er maximaal 20 in passen. Dat is wel heel erg leuk, want deze vliegt ook niet zo hoog waardoor ik het land prima uit de lucht kan bekijken.

In Wanganui wordt ik opgehaald door de conservator van het museum. Zij brengt mij naar het hostel, in eerste instantie de verkeerde, gelukkig kwamen we daar achter vóór we mijn koffer alle trappen naar de voordeur hadden opgezeuld. Dan kan ik eindelijk onder de douche, wat ook wel nodig is na al die tijd. Waarna ik wordt opgehaald om kennis te maken met de staf van het museum.

Door de directeur wordt ik rondgeleid, hij heeft al een boel plannen wat er aan het museum moet veranderen. Het is een (beetje) ouderwets (veel jaren 60) en er worden wel heel veel verschillende onderwerpen door elkaar heen gepresenteerd. Na ook nog een rondleiding door de opslag, altijd leuk wandel ik naar de supermarkt en van daar weer naar het hostel. Na dat ik wat heb gegeten word ik opgehaald om even te gaan kijken in de kamer die ik ga huren. Het blijkt dat hij niet alleen een kamer heeft maar ook nog een fiets. Daar ben ik wel heel blij mee want ik ben er nu al klaar mee afhankelijk te zijn van mensen met een auto, en er rijd wel wat openbaar vervoer in Wanganui maar niet echt veel. In het hostel vind ik het dan wel welletjes geweest en ga ik lekker naar bed. 

PS Nieuwe foto's onder aan de pagina

zaterdag 7 mei 2011

Bijna op pad!

Bijna is het zover, zondag 8 mei, stap ik op het vliegtuig. Het is een vlucht van ongeveer 28 uur, eerst naar Londen, dan naar Hongkong, vervolgens naar Auckland en dan naar Wanganui. Door het tijdsverschil kom ik daar pas op 10 mei aan.
Mijn koffer heb ik overigens al gepakt (best gek om al je winter kleren op te zoeken met dit mooie weer buiten) en mijn visum zit in mijn paspoort. De puntjes op de i zetten duurt natuurlijk altijd het langst maar zin heb er in ieder geval in!
(Oja, de foto's onderaan zijn van de excursie naar Berlijn met school, tot dat ik wat beters heb!)

donderdag 14 april 2011

Woehoe!

Woehoe, het is gelukt, ik heb een stage plekje in Whanganui in Nieuw Zeeland. Ik ga stage lopen bij Whanganui Regional Museum (http://www.wanganui-museum.org.nz/). Gisteren hebben we een ticket geboekt, ik vertrek al op 8 mei. Het is een stage van 8 weken, daarna ga ik nog op vakantie door het land samen met Bram. Nu is het dus vooral heel druk met visa, huis en alle andere dingen die bij een verre en lange reis kijken komen en natuurlijk het afsluiten van de lessen op de hogeschool. Gelukkig is het allemaal met een leuk einddoel dus het komt helemaal goed!

donderdag 24 februari 2011

Aangezien ik ga stage lopen, en dit mogelijk ergens anders gebeurd dan in Nederland, en om een of andere reden men nieuwsgierig is naar mijn escapades houd ik dit blog bij. Met ditjes en datjes en als het gaat lukken ook wat foto's op het tweede tabblad. Maar nu moet ik eerst natuurlijk nog een plekje veroveren, dus everyone keep your fingers crossed!